Roots
Ik wil het niet, maar het gebeurt wel. We komen aangefietst in Tangipahoa en rijden naar de benzinepomp. Met het idee daar een korte rustpauze te nemen. Er staan een aantal auto’s voor de deur. Uit 1 van de open ramen knalt muziek. Er staan alleen maar zwarte mannen. 1 met Hip Hop kledij aan. Althans zo noem ik het. Dito hoofddoek op. We zetten onze fiets neer tegen het hek. We passeren een grote zwarte man. Ik zeg ‘hallo’; hij zegt niets terug. Er komen auto’s langs rijden. Weer met luide muziek. Allemaal jonge zwarte mannen. Ik voel me geintimideerd. We moeten naar het postkantoor. Op weg naar binnen spreekt Ellu de ‘Hip Hop’ – man aan. Het ijs is gebroken. Het is OK. Wat zit het toch diep geworteld, die ongefundeerde, volledig op vooroordelen gebaseerde angst!
IJzer
Het leek vandaag (3 april 2006) zo’n dag te zijn dat alles op rolletjes loopt. We zouden maar een kort dagje doen dus hadden we een heerlijke relaxte ochtend in een goed (maar niet duur) motel in Pensacola, een uurtje internetten in de bieb, goede latte’s (koffie verkeerd) met lekkere koekjes in een knus café, een fietswinkel óp de route, een hulpvaardige jongen die ons tipt over een deli, een deli met gezonde broodjes voor de lunch, een lekke band die we op ons dooie gemakkie repareren én noorderwind. Laat ie nou net van richting veranderen wanneer we nog maar 20 km gefietst hebben. De laatste 40 hebben we ‘m – net als vrijwel elke dag, gewoon weer recht in ons snoetje. Tja, is er niet een spreekwoord dat hier over gaat. Inderdaad, precies, je moet het ijzer smeden als het heet is. Een volgende dag zonder tegenwind zitten wij zonder onderbreking bij ‘t eerste daglicht op de fiets.
Vluchten kan niet meer
We kunnen er niet om heen. Vaak willen we er ook niet om heen. Omdat het dé veiligste plek is voor ons om te rijden, wanneer er veel verkeer is. De vluchtstrook! Soms is ie heel breed; soms is ie heel smal. Soms verdwijnt ie ineens. Het enige dat consequent aanwezig is, is de troep. Veel troep: spijkers, moeren, bouten, snelbinders, hout, stukjes metaal, gravel, lagen zand, plastic maar vooral veel glas. Daar waar mogelijk zig zag ik er langs. Maar dat lukt niet altijd. En wanneer ik dan door het knerpende glas rijdt, dan zie ik mezelf alweer staan naast de fiets. Een band aan het plakken. Aantal lekke banden tot nu toe: 7!
Mark
Het is lunchtijd. We zetten onze fiets neer bij een schattige diner op de kruising van 2 drukke wegen. Het is zo’n typische Amerikaanse diner met vooral hamburgers & fries. We pakken onze mayonaise erbij en proberen te genieten van onze lunch. Voor de vierde keer in korte tijd worden we aangesproken. Door Mark. Hij praat met een zuidelijke tong. Langzaam. Hij stottert ook een beetje. Hij vertelt dat hij ook wel zo iets als ons wil doen. Maar dat kan niet, want hij heeft 3 kinderen. ‘Ja, ja’, denk ik nog. Hij vertelt verder. Over zijn droom om naar Ethiopië te gaan. ‘Hier heb ik geen zin in’, denk ik. Hij schuift bij ons aan tafel aan. Hij vertelt verder. Hij wil daar graag mensen leren om boer te zijn. Ellu vraagt nog wat aan hem. Uit beleefheid. Daardoor weten we dat hij 7 dagen per week keihard werkt. Voor zijn eigen bedrijfje. Zodat hij voor vrouw en kinderen kan zorgen. Ondertussen verbaast hij zich erover dat we zo’n reis kunnen maken, dat dat wel zo’n 1000 dollar moest kosten!? Om niet teveel prijs te geven over hoe rijk we zijn, zeg ik dat we low low budget reizen. Mijn aandacht gaat dan weg van Mark naar iemand anders. Ik ben blij voor deze afleiding. Met één oor hoor ik Ellu Mark bedanken. We krijgen 10 dollar van hem voor onderweg. Ellu probeert het aan hem terug te geven. Dat we dat echt niet kunnen accepteren. Maar Mark wil er niet aan. We stappen weer op de fiets. En ik, ik schaam me dood.


