………… on route 66!
Bij het eerste bordje met route 66 moesten en zouden we meteen een foto maken. Route 66, het spreekt zó enorm tot de verbeelding. Bij het tweede bordje stonden we wéér stil. Dit was meer het bord dat om die twee zessen hoort te staan. In de vorm van een schild van één van de ridders van de ronde tafel. Wit als de prins op het witte paard. Alsof het ons toelacht en ons uitnodigt er vooral op te rijden. Al wat ouder, maar nog steeds aantrekkelijk. Onmogelijk te weerstaan!
Route 66 loopt door het dorp Williams. Alle winkels, alle motels en alle restaurants zijn gericht op deze magische route. Sommige motels lijken sinds de jaren 50 niet meer te zijn aangepast. Er staan oude cadillacs langs de kant van de weg en de diner (spreek uit: dainur) waar we hebben gelunchd hangt vol met ‘route 66’ parafernalia. Ellu en ik genieten ervan. Voor de anderhalve kilometer dat we erop zitten, krijgen wij en krijgt Mien our kicks on route 66!
Vervelende vliegen
De reden dat we maar 40 kilometer fietsen naar Yarnell is dat het ons slimmer lijkt om op de eerste dag dat we weer op de fiets zitten na Ellu’s ziek-zijn niet teveel te doen. Met andere woorden: we hopen op een makkelijk dagje. Nou weten we ook dat we in die 40 kilometer 900 meter gaan stijgen, waarvan 700 in de laatste 10 kilometer. Gemakkelijk is een relatief begrip! Waar we niet opgerekend hebben, zijn de vliegen. We hebben eerder met vliegen gefietst (zwemmen met dolfijnen is leuker) maar dit hebben we nog nooit meegemaakt. Ze zitten overal, maar natuurlijk vooral waar het nat is en waar vochtige gaten zijn. Neus, mond, ogen en oren dus. Maar ook op andere plekken hebben ze het behoorlijk naar hun zin. Mijn hand bijvoorbeeld heeft op één moment zo’n 10 tot 15 vliegen op bezoek gehad. En je wilt niet weten hoeveel er rond mijn billen zoemden tijdens een plasstop. Hoe het me is gelukt om mijn fietsbroek omhoog te hijsen zonder ten minste een paar slachtoffers te maken(of juist niet. Het is maar hoe je het beziet), weet ik niet. We zijn in ieder geval zonder al teveel geslinger omhoog gefietst. Maar zo nu en dan, zo heel af en toe kregen we dan toch de kriebels en konden niet anders dan wild om ons heen slaan. Passerenden automobilisten dachten vast en zeker ‘Zij zien ze vliegen’.
El Paso-virus en de Peoria-bug
Tja, goh, waar zal ik eens beginnen. Het lijkt alsof we terecht zijn gekomen in een boek van Robin Cook met de naam ‘ Sanmonellu crisis’ of iets dergelijks. Wat we ook hebben; het lijkt maar niet weg te gaan. Of misschien pikken we in elke stad iets nieuws op (In elke stad een andere schat?). We weten het niet. Wat we wel weten, is dat Ellu zich gisteren niet lekker voelde, dat ze haar lunch nauwelijks op kon, dat ze graag even wilde slapen en dat verlengde met vele uren erbij, dat ze pijn in haar buik had en uiteindelijk het Best Western prullenbakje nodig had om de inhoud ervan te lozen. Vanochtend voelde ze zich al weer wat beter, maar na het ontbijt begon het van binnen te rommelen. Dus terug naar bed om te slapen. Het laatste nieuws: op het moment dat ik naar de bieb ging, wilde ze in bed naar de IPod luisteren. Vooruitgang?
Het leven is 1 grote shopping mall
Het heeft ons meer dan een dag gekost om van de ene kant van Phoenix naar de andere kant van Phoenix te komen. Gisteren alleen al is het ons gelukt om 90 kilometer lang de stad te doorkruizen. Dat is dus van Utrecht naar Tilburg met winkels, straten en huizen! Zelfs met een heus fietspad van 30 kilometer lang langs een kanaal en plat, plat, plat! Voor fietsen in een stad was dit prima te doen. Leuk ook om te zien hoe mensen wonen. De klapper was onze plaats van bestemming, Peoria. We kwamen in een wijk terecht waar ik geen normaal huis heb gezien, maar alleen maar shopping malls, shopping malls en nog eens shopping malls. Vonden we het erg? Eerlijk gezegd, helemaal niet. Buiten was het over de 40 graden. En wij hebben de middag doorgebracht in een heerlijk koel winkelcomplex (2 Fossil horloges gekocht)!



